Zomer in Azië – Deel 7: Mijn Mayana

Eindelijk! Na een gat van ruim een half jaar staat nu dan echt het laatste deel van mijn serie over Azië online! Hopelijk mag ik mijn trouwe lezers gezond en wel terug verwelkomen! Door omstandigheden heeft het wat langer geduurd dan gedacht, maar ik denk dat dit een mooie manier is om de reeks blogs af te sluiten. Veel leesplezier!

Nu neem ik jullie mee terug naar de zomer van 2019, toen ik de laatste weken van mijn reis doorbracht in Jagna, op het Filipijnse eiland Bohol. Vanaf Jagna loopt er een weg het binnenland in, en als je die lang genoeg volgt, hoog de bergen in, kom je op een plek die Mayana heet. Hier, verscholen in de bossen, bevindt zich het hoogste punt van het eiland. Deze plek wordt Mount Matunog genoemd, en de top ligt zo’n 1.000 meter boven zeeniveau. Als er ergens iets te beklimmen is, ben ik er als de kippen bij! In het nabijgelegen dorpje vroeg ik een vrouw wat de beste manier is om naar de top te komen, omdat mijn vriendin en ik allebei niet wisten waar het pad begon. Zij riep vervolgens haar zoons erbij, beiden een jaar of 15, en vroeg aan hen of ze ons naar boven wilden begeleiden. Wat aardig! Met een grote machete gewapend gingen ze ons voor het bos in. Daar kwamen we een hoop mooie beestjes tegen, maar omdat het al vrij laat op de middag was, besloten we niet te stoppen. Nee, wie houd ik voor de gek: natuurlijk moest er even gestopt worden toen ik een enorme nachtvlinder op een blad zag zitten! Het blijkt een spanner te zijn uit het geslacht Bracca, waarvan de soorten voorkomen in delen van Zuidoost Azië en Australië. De soort die ik gezien heb is hoogstwaarschijnlijk de zeldzame Bracca monochrias cuneiplena, die slechts bekend is van enkele zuidelijke Filipijnse eilanden!

De bijzondere Bracca monochrias cuneiplena die we tegenkwamen tijdens de beklimming van Mount Matunog

Na een zware klim van ruim een uur over steile, modderige paadjes, vol met omgevallen boomstammen, boomwortels, en rotsen, waarbij de dichte begroeiing soms met de machete moest worden weggekapt, was het eindelijk zover: we hadden de top bereikt. En wat een uitzicht! In mijn foto heb ik de voorgrond in kleur gelaten, terwijl ik de achtergrond in zwart-wit heb omgezet. Even een paar uurtjes fotoshoppen, maar dan heb je ook wat! Hopelijk vinden jullie het resultaat net zo mooi als ik.

Het uitzicht vanaf Mount Matunog, nabewerkt op een manier die ik zelf erg mooi vind!

Omdat het op de terugweg al een beetje begon te schemeren, was het niet meer mogelijk om nog in het donkere bos te fotograferen. Daarom ben ik een paar dagen later teruggegaan naar Mayana om nog eens op het gemak wat rond te kijken in het woud. Op veel plekken was het zelfs midden op de dag te donker om uit de hand goede foto’s te kunnen maken, maar gelukkig waren er ook wat meer open delen waar de hoge bomen niet al het licht blokkeerden. Hier trof ik een spinnetje met een wel heel bijzonder uiterlijk aan dat ik de vorige keer ook had gezien: de wielwebspin Gasteracantha janopol. Deze soort komt alleen in de Filipijnen voor en heeft een paar grote stekels op de rug, wat kenmerkend is voor vrouwelijke spinnen uit het geslacht Gasteracantha. Waar die stekels goed voor zijn? Het helpt misschien enigszins tegen roofdieren, maar het nut van die twee enorme uitsteeksels is mij ook een raadsel.

De bijzondere Filipijnse spin Gasteracantha janopol. Als je hem ondersteboven bekijkt lijkt de rugtekening net een schedel!

Terwijl ik die gekke spin aan het fotograferen was begon het een beetje te spetteren. Een groot bananenblad bleek de ideale schuilplaats voor een groepje kleine cicaden te zijn. Vanwege de mooie groene kleur, de structuur van de nerven, en de contrasterende silhouetten van de cicaden ben ik zelf erg blij met dit beeld!

Samen schuilen voor de regen…

Tijdens de wandeling terug naar de weg kwam ik nog een plek tegen waar wat dagvlinders rondvlogen. Ik heb ze een tijdje achterna gezeten voor er eindelijk eentje een beetje fotogeniek bij ging zitten. Het bleek een vlinder te zijn uit het geslacht Mycalesis, maar helaas kan ik jullie de precieze soort niet vertellen. Zelfs de experts kunnen niets met deze foto omdat de soorten uit dit geslacht zo veel op elkaar lijken dat ze alleen aan de hand van genitaal onderzoek te onderscheiden zijn. Maar één ding is zeker: het is een mooi vlindertje!

Mycalesis sp. in het bos van Mayana

Een paar dagen later hadden we besloten een bezoek te brengen aan de spookdiertjes waar het eiland om bekend staat. Dit deden we in de Philippine Tarsier Sanctuary in Corella, waar de diertjes met respect behandeld worden en niet zomaar een toeristische attractie zijn, zoals in de bekendere Tarsier Conservation Area in Loboc waar ik het jaar ervoor ben geweest. Spookdiertjes zijn vooral opvallend door hun enorme ogen, die elk net zo groot zijn als de hersenen! Daarmee kunnen ze ’s nachts goed zien, wanneer ze op insecten jagen. In tegenstelling tot vorig jaar lukte het me nu gelukkig wel om echt een goede foto te maken.

Is dit slapende spookdiertje niet het schattigste wat jullie ooit hebben gezien?

Daarna besloten we door te rijden naar het Bilar Eco Park, waar je kunt wandelen in een groot bos dat bestaat uit mahoniebomen. Met de scooter volgden we de slingerende weg het bos in, maar toen ineens… “STOP!” Ik had wat gezien. Gelukkig was het rustig op de weg, dus we konden even keren om te kijken. Daar zat ie dan, de grootste spin die ik ooit in het wild heb gezien! Deze zijdespin behoort tot de soort Nephila pilipes, die tot wel 20 centimeter groot kan worden! Ik vermoed dat dit exemplaar ook aardig in die richting zat qua afmetingen… Voor het eerst deze vakantie haalde ik mijn oude Trioplan-lens uit de tas om te kijken wat ik daarmee kon uitrichten. Om bij de spin te komen moest ik balanceren op een paar boomwortels die uit de steile berm staken en zelfs dan kon ik er nog niet goed bij. Desondanks vind ik de foto niet heel verkeerd geworden.

Concurrentie voor mijn vriendin? Misschien een beetje, want ik kan niet ontkennen dat dit een prachtige spin is!

In het Eco Park bleek genoeg moois te zitten. Ik zag een hoop vlinders die ik nog niet eerder gezien had, maar het hoogtepunt was dit kleine, kleurrijke pareltje! Door de manier waarop hij vloog, dacht ik dat het een dagvlinder moest zijn, misschien eentje uit de familie van de prachtvlinders (Riodinidae)? Maar nee, blijkbaar is er een aparte familie met nachtvlinders die zich gedragen als dagvlinders: de Callidulidae. Ik had er nog nooit van gehoord, maar blijkbaar worden dit de butterfly-moths (dagvlinder-nachtvlinders) genoemd… Lekker verwarrend allemaal! Dit vlindertje is de Callidula sumatrensis, die voorkomt in laaglandbossen in Zuidoost-Azië. Toen er door het dichte bladerdak plotseling een straal zonlicht scheen, greep ik mijn kans en legde ik deze beeldschone nachtvlinder in al zijn glorie vast!

Callidula sumatrensis, misschien wel de mooiste nachtvlinder die ik ooit heb gezien: wat een kleurenpracht!

Een ander beest dat her en der te vinden was als je een beetje oplette, was de wandelende tak. Sommige soorten kunnen vliegen om aan roofdieren te ontsnappen, sommige hebben stekels, sommige gebruiken een irriterende vloeistof, maar één ding hebben alle wandelende takken gemeen: camouflage. Bij de wandelende takken in het Eco Park was dat niet anders: hoewel ze behoorlijk groot waren, was het nog een aardige opgave om ze te spotten tussen al dat groen. Ik besloot er eentje te fotograferen die zich ‘verstopt’ had op het blad van een palmvaren.

Wie niet weg is, is gezien…

Een paar Filipinos zagen me bezig met mijn camera en vroegen wat ik aan het doen was. Ik liet ze de wandelende takken zien en zei dat ik op zoek was naar nog meer bijzondere insecten om foto’s te maken voor mijn website. Meteen hielpen ze mee met zoeken en binnen de kortste keren had een van hen een geweldige spin gevonden! Zoiets had ik nog nooit gezien: een kort, breed spinnetje met aan beide zijden van het achterlijf een grote zwarte stekel. Na wat onderzoek ben ik erachter gekomen dat het om de zeldzame Gasteracantha parangdiadesmia gaat, die slechts voorkomt op enkele Filipijnse eilanden. Door het bijzondere uiterlijk van deze spin en de lichtval in het beeld is dit toch wel een van mijn favoriete foto’s die ik tijdens mijn reis gemaakt heb!

De fantastische Gasteracantha parangdiadesmia, deze schoonheid komt uit dezelfde familie als de spin die ik eerder in Mayana gezien had

Na een mooie dag vol nieuwe avonturen was het toen tijd om weer terug naar Jagna te gaan. Helaas zat mijn tijd in de Filipijnen er al weer bijna op, nog maar een paar dagen… De laatste wandeling maakte ik op een zwoele namiddag in de bossen van Garcia Hernandez. Ik had niet echt een plan, maar wilde gewoon genieten van alle kleuren, alle geuren, alle geluiden… Natuurlijk keek ik intussen wel goed om me heen of er nog iets te fotograferen viel. Plotseling viel mijn oog op een doornige tak langs het pad. Wacht eens even… Dat zijn helemaal geen doorns! Het bleken cicaden te zijn uit de familie van de lantaarndragerachtigen (Flatidae sp.), een groep die in Zuidoost-Azië goed vertegenwoordigd is. Toen ik wat beter keek, zag ik overal op de plant groene, witte, en bruine exemplaren zitten. Wat een geweldige camouflage hebben die beesten!

Een ingenieus voorbeeld van camouflage binnen de insectenwereld

Ook kwam ik de ‘mapwing’ (Cyrestis cassander) tegen, een vlinder uit de familie van de aurelia’s die endemisch is voor de Filipijnen. Bijzonder aan deze familie is dat veel soorten in rust ondersteboven aan de onderkant van een blad of tak gaan zitten met de vleugels plat. Waarschijnlijk is dit een manier om niet op te vallen voor insecteneters, zoals vogels.

De mapwing (Cyrestis cassander), een mooie vlinder die alleen in de Filipijnen voorkomt

Dat was het dan. De laatste echte wandeling van de vakantie. De dag erna ben ik nog wel met mijn vriendin naar de Canawa Cold Spring en de Combento Cave Pool geweest. Beide waren spectaculair, maar vooral de cave pool vond ik erg bijzonder. Van buitenaf lijkt het een gewone grot, enigszins verborgen tussen de vele palmbomen. Echter, wanneer je je langs de smalle bamboe reling naar beneden laat leiden, de trap af, de grot in, valt je mond open van verbazing. Onder een plafond van talrijke stalactieten bevindt zich namelijk een schitterende poel van lichtblauw, kristalhelder water! Met behulp van het weinige daglicht dat de grot binnenviel, heb ik deze foto kunnen maken door een lange sluitertijd van 4 seconden te gebruiken. Hoewel de foto niet verkeerd is, doet het toch geen recht aan de natuurlijke schoonheid van deze grot.

Een kunstwerkje van Moeder Natuur: Combento Cave Pool

Hiermee is mijn reisverslag van vorige zomer nu echt aan een einde gekomen. Hoewel het een stuk langer heeft geduurd dan ik gewild had, hoop ik dat jullie toch samen met mij genoten hebben van alle prachtige natuur die Zuidoost-Azië te bieden heeft. Zelf was ik in korte tijd zo verliefd geworden op Mayana dat ik er inmiddels zelfs een stukje grond heb gekocht! Dan snappen jullie de titel van dit bericht tenminste… 😉 Gezien de huidige situatie zit een nieuwe reis die kant op er voorlopig helaas even niet in. Gelukkig heb ik ook in Nederland en omstreken een hoop foto’s gemaakt, dus er zijn nog genoeg blogjes die geschreven moeten worden! Hopelijk tot snel!

2 Reacties op “Zomer in Azië – Deel 7: Mijn Mayana

  • 15 augustus 2020
    Permalink

    Met veel plezier weer je verhaal gelezen. Prachtige foto’s met een heel mooi verhaal.
    Hopelijk krijg je de kans weer om naar je vriendin te gaan of dat zij hierheen komt om samen weer op pad te gaan.

    Reply
    • 22 augustus 2020
      Permalink

      Dank jullie wel! Ik hoop ook echt dat dat binnenkort weer kan, maar anders kunnen we nog wel even geduld hebben 🙂

      Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *