Zomer in Azië – Deel 4: De stadsjungle van Bangkok

Na een paar dagen uitgerust te hebben in Sisaket, besloten we dat het tijd was om door te reizen naar Ubon Ratchathani. Vanaf daar zouden we namelijk over een paar dagen naar Bangkok vliegen (deze vlucht was nodig om te bewijzen dat we minder dan de toegestane 30 dagen in Laos zouden zijn). Omdat het vakantieseizoen nu echt begonnen was, besloten we voor deze ene keer van tevoren een guesthouse te boeken. Slechte keus… De kamer zat vol met enorme kakkerlakken en de badkamer was al helemaal niet te doen: alleen met een shirt voor onze neus en mond gebonden was de penetrante rioollucht enigszins te harden. Gelukkig zaten we hier maar één dag, waarop we ook nog even gewandeld hebben tussen de weilanden. Hier vlogen overal ‘ditch jewels’ (Brachythemis contaminata), die libel die we in Khon Kaen ook al hadden gezien. Met zonsondergang was dat echt een magisch gezicht!

Een van de ditch jewels, de weerspiegeling van de ondergaande zon in het water laat deze libel nog meer stralen!

Gelukkig konden we de volgende dag afscheid nemen van onze smerige kamer om naar Bangkok te vertrekken! Gelukkig waren de mensen van het guesthouse behulpzaam genoeg om een taxi voor ons te bellen, die ons om 6:45 zou ophalen. Wel een beetje jammer dat er dan om 5:45 al op de deur wordt geklopt om te vertellen dat de taxi er is… En probeer je dan maar eens verstaanbaar te maken op een plek waar niemand Engels spreekt! Ach, uiteindelijk is alles goedgekomen en zijn we na wat gehaast om 6:15 naar het vliegveld vertrokken. Na een korte vlucht kwamen we halverwege de ochtend in Bangkok aan. Ongelofelijk, wat een megastad! Maar op een plek met ruim 10 miljoen inwoners valt dat te verwachten. Nadat we onze rugzakken afgegooid hebben bij het guesthouse besluiten we de drukte te ontvluchten en naar Lumphini Park te gaan. Er is niet erg veel te beleven, maar mijn vriendin en ik zijn allebei geen stadsmensen, dus de rust en het groen doen ons goed. Her en der lopen wat mensen rond, er vliegen vogels, er zwemmen… Ja, wat zwemt daar eigenlijk? Draken? Hoewel ze er veel van weghebben, blijken het geen mythologische wezens maar Indische varanen te zijn. Wat gaaf! Een enorm bakbeest ligt net langs de slootkant te zonnebaden, en kijkt me verbaasd aan terwijl ik wat plaatjes schiet.

De geschubde rug van een enorme Indische varaan in Lumphini Park

Omdat we er toch zijn brengen we een bezoek aan de gebruikelijke toeristische attracties van Bangkok, en we laten een magische nieuwe tattoo, een Sak Yant, zetten door een monnik. Desondanks hebben we beiden last van de eeuwige drukte en de oneindige prikkels, dus besluiten we onze laatste dag in Thailand te spenderen in Chatuchak Park. Dit park bleek bewoond te worden door een Aziatisch soort eekhoorn: de finlaysonklappereekhoorn. Al gauw werd duidelijk dat deze schattige dieren vooral erg geïnteresseerd waren in de broodjes die we voor de lunch hadden meegenomen. Gewapend met wat broodkruimels in mijn ene hand en de camera in mijn andere hand, heb ik best wat leuke foto’s kunnen maken. Zeker toen de eekhoorns een voor een naar beneden kwamen om de kruimels uit mijn hand te pakken!

Met wat broodkruimels was het niet moeilijk om de finlaysonklappereekhoorns naar beneden te lokken

Even verderop in het park bevond zich een kleine vlindertuin, waar wat vlinders rondvlogen die we nog niet eerder hadden gezien. Een van deze soorten was de ‘orange oakleaf’ (Kallima inachus), een vlinder die in rusthouding geweldig gecamoufleerd is als dood blad! Eigenlijk komt deze soort alleen maar in de dichte jungle voor, maar helaas zijn we niet in de gelegenheid geweest om zo’n oerbos te bezoeken. Normaal fotografeer ik dieren in hun natuurlijke omgeving, maar omdat ik jullie deze unieke soort niet wil onthouden, vind ik dat ik voor deze ene keer best een beetje vals mag spelen.

Een orange oakleaf met zijn meesterlijke camouflage!

Op het informatiebord stond dat er ook ‘common mimes’ (Chilasa clytia) zouden moeten rondvliegen. De vlinder die ik heb gefotografeerd is volgens mij echter de gelijkende ‘blue tiger’ (Tirumala limniace) die net een iets ander vlekkenpatroon heeft. Deze foto is een van mijn favoriete foto’s van de vakantie: de lichte vlekken op de vleugels en de witte stippen op het lijfje zorgen voor een heerlijk contrast met de rustige, donkere omgeving!

Een mooi getekende blue tiger in de vlindertuin

Na een paar hectische dagen in een van de meest chaotische steden ter wereld is het gelukkig tijd om weer door te gaan. Volgende week reizen we naar het thuiseiland van mijn vriendin, de allermooiste plek op aarde: het fantastische Bohol!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *