Avonturen in Cambodja – Deel 5: Verdwaald in de jungle

19-04-2017 (dag 22)

Na een lekker ontbijtje in Kep ben ik in ongeveer een half uur naar het eiland Koh Tonsay gevaren. Koh Tonsay betekent iets als ‘Rabbit Island’ (Konijneneiland), niet omdat er konijnen voorkomen, maar vanwege de vorm. Ik zie er echter in de verste verte geen konijn in, dus óf ik heb te weinig fantasie, óf degene die de naam heeft bedacht had iets te veel rijstwijn gedronken… Het eiland zelf bestaat grotendeels uit jungle, alleen aan de westkust is een heerlijk paradijselijk strandje met wat restaurantjes en houten hutjes om te slapen. Verder zijn er een paar vissershutjes, verspreid over de kustlijn, en is er een pad dat rond het eiland loopt. Vanaf het moment dat ik op het eiland aankwam, werd mijn relax-stand geactiveerd en die is tot op de dag van vandaag niet meer uitgegaan! Ik heb, vlak nadat ik was gearriveerd, een rondje gewandeld om het eiland. In de twee uur die ik daarover deed, ben ik verschillende vlinders tegengekomen. Maar ja, waarom zou ik foto’s maken? Ik vond het veel relaxter om gewoon te kijken en te genieten. Na een extreem vermoeiende middag van luieren in mijn hangmat, dobberen in het lauwe zeewater en wat kaarten, besloot ik ’s avonds om mijn spullen toch maar even klaar te zetten voor de naderende zonsondergang. Ik ging naar de rotsige rand van het strandje en stelde mijn camera zó op, dat er zee, rotsen, jungle en een zonsondergang in één beeld pasten. Een lange sluitertijd voor wat beweging in de golven en een beetje lens flare op de rots om het af te maken (niet helemaal vrijwillig, ik gebruik voor landschappen vaak een lens uit de jaren 70, dus dan krijg je vaak van dat soort lensfouten erbij. Hier vind ik het echter wel mooi!).

Mijn eerste fantastische zonsondergang op Koh Tonsay

Toen het even later helemaal pikkedonker was, ben ik nog even gaan zwemmen onder de sterren. Wat een unieke ervaring was dat!

 

20-04-2017 (dag 23)

Mijn tweede dag was mogelijk nog relaxter dan de eerste: de dag begon met een warme ochtendduik en eindigde onder een partytent met kaartspelletjes. Tussendoor heb ik nog wat gesnorkeld tussen de rotsen, waar ik enorme diadeemzee-egels aantrof, en heb ik op de massagetafel gelegen op het strand bij nog zo’n mooie zonsondergang. Ook ben ik voor een tweede keer rondom het eiland gelopen, deze keer wel met het doel foto’s te maken. Omdat het midden op de dag was, waren veel beesten onrustig en lastig op de foto te krijgen, maar deze vlinder uit de familie van de ‘hedge blues’ (Acytolepis sp.), wilde gelukkig wel meewerken. Of gelukkig, het is maar hoe je het bekijkt: dit blogje verschijnt een dag later dan gepland omdat ik deze vlinder maar niet kon determineren!

Een kleine vlinder uit de familie van de ‘hedge blues’, door dit stomme vlindertje is deze blog een dag te laat…

Aan de zuidkant van het eiland bestond het strand vooral uit rotsen. Hier trof ik nog een ander leuk insect aan: de ‘blue percher’ (Diplacodes trivialis), een libel uit de familie van de korenbouten. Hoewel deze libel een van de meest voorkomende soorten van Azië schijnt te zijn, had ik hem nog niet op de foto staan, tijd dus om daar verandering in te brengen!

Een jonge mannelijke ‘blue percher’ die nog niet helemaal blauw is

 

21-04-2017 (dag 24)

Helaas was het al weer tijd om dit paradijs vaarwel te zeggen en terug te keren naar Kep. Ik heb die dag een hostel gezocht, een beetje rondgehangen in het stadje en ik ben nogmaals naar de krabmarkt geweest.

 

22-04-2017 (dag 25)

Ik heb een fiets gehuurd en ben daarmee naar een peperplantage gereden, 16 km verderop, waar ik een mooie rondleiding heb gehad. Toen ik daar weer wilde vertrekken, bleek dat mijn nieuwe zonnebrand voor geen meter werkte en dat de banden van mijn fiets bijna leeg waren… Lekker dan… Na een zware tocht heb ik, behoorlijk verbrand, mijn hostel weten te bereiken.

 

23-04-2017 (dag 26)

De voornaamste reden dat ik nog wat langer in Kep was gebleven, was het prachtige National Park. In het vorige blogje heb je kunnen lezen dat ik daar al eens was geweest, maar dat ik toen op het hoofdpad was gebleven. Deze keer wilde ik ook een ander deel van het park bezoeken, dat bereikbaar was via een smal paadje dat door de jungle liep. Grootse plannen dus! Om daar te komen, moest ik eerst hetzelfde pad als de vorige keer een paar kilometer volgen. Bij de ingang werd ik echter al meteen betoverd door een prachtige libel die daar vloog, de ‘yellow-striped flutterer’ (Rhyothemis phyllis), een libel uit de kleine maar kleurrijke familie van de vlinderlibellen. Het meest opvallende kenmerk van dit insect zijn de geel met zwarte vlekken op de vleugels, dus daar heb ik als eerste een detailfoto van gemaakt.

De mooie schittering op de vleugels van deze ‘yellow-striped flutterer’

Na een poosje kat-en-muisspel was de libel het zat en vloog deze een boom in. In eerste instantie dacht ik dat mijn kans op een mooie foto van de hele libel verkeken was, maar toen ik mijn camera omhoog richtte, bleek dat gelukkig niet het geval te zijn!

De ‘yellow-banded flutterer’, nu in een boom

Toen ik bijna bij mijn afslag was, zag ik plotseling een vlinder, een ‘Indian wanderer’ (Pareronia hippia) in het gras lang het pad zitten. Ik had deze vlinders al vaker gezien, maar telkens vliegend en erg onrustig. Ik was er nog net op tijd bij, want ik kon nog net één foto maken voordat ook deze ‘wanderer’ ervandoor ging.

De ‘Indian wanderer’ met een lekker onrustig bokeh-feestje in de achtergrond

Daarna kwam ik bij het punt aan waar ik het hoofdpad achter me liet en de jungle in trok. Het pad dat ik vanaf de kaart had uitgekozen, bleek in werkelijkheid maar smal, steil, door planten overwoekerd en daardoor lastig begaanbaar te zijn. Toch besloot ik mijn plan voort te zetten en het pad te blijven volgen, ik wist immers precies waar ik was. Na een tijdje kwam ik aan op de plek waar het pad zich splitste en uiteraard wist ik nog altijd precies waar ik was en welke kant ik op moest. Toen ik even later het bos uitliep en op een redelijk breed pad tussen de struiken terecht kwam, sloeg de eerste twijfel toe: volgens de kaart zou hier geen nieuw pad moeten zijn, ik was dus ergens verkeerd gegaan… Nou ja, dan dit pad maar volgen naar rechts, dan zou ik redelijk in de goede richting gaan. Langs dit pad vlogen wel hele mooie libellen, waaronder de ‘common picture wing’ (Rhyothemis variegata). Net als de libel die ik eerder had gezien was dit er eentje uit de familie van de vlinderlibellen. Ik heb het diafragma behoorlijk dichtgeknepen om de boom en wolken in de achtergrond ook een kleine rol te laten spelen, anders waren het wazige(re) vlekken geworden.

De beeldschone ‘common picture wing’, ergens in the middle of nowhere in Kep National Park

Het brede pad dat ik aan het volgen was, veranderde echter al gauw in een smal, nauwelijks bewandelbaar pad. Kilometers lang heb ik me een weg gebaand door het dichte struikgewas tot ik, hoera, weer bij een splitsing uitkwam. Weer besloot ik naar rechts te gaan; ik was al veel te ver gegaan en teruglopen was dus eigenlijk geen optie meer. Het open terrein veranderde weer langzaam in bos, en na weer een stuk wandelen kwam ik uit bij een hutje (tja, hutje, eigenlijk gewoon vier palen en een dak) bij een beekje, waar een man en een paar honden leefden. Hij sprak geen woord Engels en mijn Khmer was ook niet al te best, maar met handgebaren wist hij me duidelijk te maken dat de kortste route naar Kep via de steile heuvel achter het hutje was. Dan moest ik dat paadje maar gaan volgen. Steil bleek ook écht steil te zijn: ik ben ontelbare keren uitgegleden, tot bloedens toe, en kon soms alleen vooruit komen door me aan boomstammen omhoog te trekken. Niet echt het ideaalscenario in die bloedhitte en met steeds minder tijd totdat de zon ondergaat… Na een hele tijd ploeteren hield het pad, dat eigenlijk nooit een pad was geweest, echt op met bestaan en kon ik niets anders doen dan omkeren en weer gaan afdalen. Het huilen stond me op dat moment nader dan het lachen… Wel werd ik beloond met een van de mooiste spinnen die ik ooit heb gezien, de ‘giant golden orb weaver’ (Nephila pilipes). Deze soort behoort tot de grootste spinnen ter wereld en heeft een tot 2 meter groot web, dat het sterkste is van alle spinnenwebben.

Door me vast te houden aan een boom kon ik nog net een scherpe foto maken van deze ‘giant golden orb weaver’ zonder van de helling af te glijden

Toen ik met veel pijn en moeite weer beneden was aanbeland, was de man verdwenen, waarschijnlijk op jacht naar zijn avondeten of zo. Ik had op dat moment nog maar een uur over voordat de zon onder zou gaan en het helemaal onmogelijk zou worden om terug te komen. Ik zette een sprintje in en probeerde de weg terug te vinden die ik gekomen was. Ik ben een paar keer verkeerd gelopen, maar over het algemeen lukte het me redelijk. Onderweg ben ik nog snel even gestopt om een foto te maken van deze ‘Punchinello’ (Zemeros flegyas).

De ‘Punchinello’ die ik op de foto heb gezet, maar waar ik eigenlijk geen tijd voor had. Ik moest weer rennen, snel, voordat het donker werd!

Op een gegeven moment kon ik het jungle-pad waar ik begonnen was niet meer vinden, ondanks dat ik in de buurt moest zijn. Op dat moment had ik 2 opties: ik kon verder zoeken in de hoop het paadje te vinden en misschien net op tijd terug te komen of ik kon wat takken en bladeren bij elkaar gaan zoeken om een slaapplek in elkaar te flansen. Gelukkig heb ik voor optie 1 gekozen, want het pad dat ik zocht bleek zo’n 100 meter verderop te beginnen! Mijn sprintmodus ging weer aan en na een hele tijd rennen, bereikte ik 3 minuten voor zonsondergang het hoofdpad! YES! Wat heb ik toen genoten van die zonsondergang zeg. Heel rustig heb ik de laatste paar kilometer in het schemerduister afgelegd en ben ik naar mijn hostel gegaan, even bijkomen van dat nieuwe avontuur! Helaas zaten mijn dagen in dit kustplaatsje er toen al weer op, maar Kep het er enorm naar mijn zin gehad! Ik vroeg me af of Kampot, de laatste stad die ik op mijn reis zou bezoeken, net zo gaaf zou zijn!

1 reactie op “Avonturen in Cambodja – Deel 5: Verdwaald in de jungle

  • 23 mei 2017 at 21:58
    Permalink

    Hoi Quinten,

    Ik neem aan dat je al je avonturen in een boekwerkje of bundel gaat vastleggen.
    In dat geval hou ik me aanbevolen voor een exemplaar.
    Oma en ik lezen je berichten altijd met veel plezier en zijn trots op je.
    Een geweldige ervaring en nu op naar Wageningen.

    Gr. Opa en Oma

    Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *